Wat kunt u verwachten na 3 maanden?
Regeneratieve therapie is geen snelle oplossing. Het is een proces van weefselherstel dat tijd nodig heeft. Hieronder leest u een eerlijk overzicht van het verloop.
Het verloop in drie fases
Na de actieve behandelfase (8 tot 12 weken) begint het biologische werk pas echt. Nieuwe bloedvaten vormen zich niet in dagen, maar in weken en maanden. Dat verklaart waarom het maximale effect pas later merkbaar wordt.
Eerste signalen
Sommige mannen merken verbetering in ochtenderecties en gevoeligheid. De biologische processen van bloedvatvorming en weefselherstel zijn gestart, maar nog niet afgerond. Dit is geen moment om conclusies te trekken.
Maximaal effect
Het maximale effect wordt doorgaans bereikt tussen maand 3 en 6. Nieuwe bloedvaten zijn gevormd en functioneel. De IIEF-score bereikt het hoogste verbeteringspunt. Op dit moment evalueert de arts uw voortgang met dezelfde meetinstrumenten als bij de baseline.
Stabilisatie
Het effect stabiliseert. Afhankelijk van uw respons kan een onderhoudssessie worden aanbevolen. De follow-up loopt door om het resultaat op de lange termijn te bewaken.
Hoe wij meten
Wij vertrouwen niet op gevoel. Op vaste momenten (baseline, na 1, 3, 6 en 12 maanden) gebruiken we dezelfde gevalideerde vragenlijsten: IIEF-EF, EHS en SEP-2/3. Dat levert geen impressie op, maar een meting.
De arts bespreekt de resultaten met u en beoordeelt of het traject het verwachte effect laat zien. Als dat niet het geval is, bespreken we eerlijk wat de opties zijn. Soms is het antwoord: geen verdere behandeling.
Wat als het niet werkt?
Niet elke man ervaart verbetering. De Cochrane-review (2025) bevestigt dat de gemiddelde verbetering mild is en niet bij iedereen merkbaar. Dat is een gegeven waar wij transparant over zijn, zowel voor als na de behandeling.
Als uw scores na 3 maanden geen verbetering laten zien, gaan we samen kijken naar andere opties. Die zijn er altijd. Denk aan aanvullende PRP-sessies, een vacuumpomp, aanpassing van uw leefstijl, of een combinatie daarvan. Als de oorzaak eerder psychosomatisch blijkt te zijn, verwijzen wij u naar een seksuoloog. U blijft bij dezelfde arts, die het grotere plaatje overziet en met u bepaalt wat de volgende stap is.